Begrippen
Je leest een artikel, en halverwege staat er een afkorting die iedereen behalve jij lijkt te kennen. Daar is deze lijst voor. Elk begrip krijgt een uitleg zoals je die aan een collega zou geven: kort, in gewone taal, en met het stuk erbij dat er in de praktijk toe doet.
Termen uit deze lijst worden in onze artikelen automatisch aangeklikt de eerste keer dat ze voorkomen.
Privacy en beveiliging
Phishing, wachtwoordmanagers, tweefactorauthenticatie, versleuteling en de AVG, in gewone taal uitgelegd.
- AVG — De Europese privacywet die bepaalt hoe bedrijven, overheden en verenigingen persoonsgegevens mogen verzamelen, bewaren en gebruiken.
- phishing — Oplichting waarbij iemand zich voordoet als een vertrouwde partij om je wachtwoord, bankgegevens of toegang te ontfutselen.
- tweefactorauthenticatie — Inloggen met twee bewijzen in plaats van één: je wachtwoord plus een code of sleutel die alleen jij hebt.
- versleuteling — Gegevens onleesbaar maken voor wie de sleutel niet heeft, zodat onderschepte of gestolen data waardeloos blijft.
- wachtwoordmanager — Programma dat sterke wachtwoorden aanmaakt en versleuteld bewaart, zodat je er maar één hoeft te onthouden.
Internet en cloud
DNS, SaaS, cloudopslag, back-ups en VPN: de lagen onder je werk op het internet, in gewone taal uitgelegd.
- back-up — Een tweede kopie van je gegevens, apart bewaard, zodat een defect, een fout of een gijzelvirus je werk niet wist.
- cloudopslag — Bestanden bewaren op de servers van een dienstverlener in plaats van op je eigen schijf, met toegang via het internet.
- DNS — Het adresboek van het internet: het zet een domeinnaam zoals keek.be om in het IP-adres van de server.
- SaaS — Software die je via het internet gebruikt en per maand of per jaar huurt, in plaats van ze te kopen en zelf te installeren.
- VPN — Een versleutelde tunnel tussen je toestel en een server, waardoor je verkeer onleesbaar wordt voor wie meekijkt op het netwerk.